| de Vreugde van God in de Schepping
Tekst: Bert Lakenveld - Illustraties: uitgezocht door Erik Koning
“Dit zeg ik tegen jullie om je mijn vreugde te geven, dan zal je vreugde volkomen zijn.”
(Johannes 15:11)
Jezus vol vreugde
De Here Jezus zegt tegen zijn discipelen dat Hij hen in Zijn vreugde wil doen delen. Dus Hij zegt van “Ik heb vreugde. Ik wil graag dat jullie die ook hebben. Zodat de vreugde, jullie vreugde volkomen wordt.” Dus vol, en dat je hele hart vol vreugde wordt.
En dat roept bij mij meteen al vragen op. Waarvan ik hé...
Stel ik mij de Here Jezus voor als iemand die erg veel vreugde heeft en erg veel blijdschap? Stel ik mij de Here Jezus zo voor? Iemand met diepe vreugde en diepe blijdschap.
Nee.
Ik stel hem me veel eerder voor als iemand die streng is. Of nee niet streng, maar iemand die heel precies is en nauwgezet, en geconcentreerd en serieus en ernstig.
Is God blij?
Er zit nog een vraag achter.
Als de Here Jezus vreugde heeft, Hij is het beeld van Zijn Vader, heeft God dan ook vreugde? Stel ik me God voor als iemand die vol vreugde en vol blijdschap is? Of heb ik altijd toch allereerst het beeld van iemand die heel ernstig is, heel nauwgezet en misschien wel streng?
Dus kun je God voorstellen als iemand die heel blijmoedig is, genietend en vol vreugde?
Nou, volgens mij doen we dat niet zo makkelijk.
Maar dat is wel bijvoorbeeld, wat het scheppingsverhaal aangeeft.
Heel veel vis
En God zei dat het water moet WEMELEN van de levende wezens. (Genesis 1:20)
Wemelen!
Niet een visje hier en daar.
Nee, het moeten er veel zijn. Hartstikke veel.
Het hele water vol, hup hup hup, vol.
Scholen rode tonijnen en scholen haringen, en walvissen, bultruggen en blauwe vinvissen, en haaien en krabben en anemonen en schelpdieren en koralen. Heel het water moet vol. Krioelen. Wemelen.
Als je dat bedenkt hè…
Creatieve levenslustig God
En de lucht... Vogels moeten daar vliegen.
Ik stel me dat voor als iemand die begint te stralen en die zegt wat er gebeuren moet. En het wordt zo.
En God zegt: Ik zegen jullie. Waterdieren en vogels, wees vruchtbaar en breek uit in grote menigte.
En zo moet het ook met de dieren op het land. Dieren in allerlei soorten en maten, die het land bevolken. En daarin proef je de levenslust en de vreugde van God. Hij verlangt naar een aarde vol levende wezens.
Met ontzettend veel verschillen. Allerlei soorten. Piepklein en indrukwekkend groot. Flitsend snel en gracieus traag. En alles er tussenin. En allerlei vormen, mooie en gekke, en allerlei kleuren en allerlei geluiden die ze maken.
En je proeft daarin zo’n vreugde en zo’n rijkdom en een overvloed, en een uitbundigheid. En je proeft daaruit iets van dat God … dat het moet eruit bij God. Het moet eruit.
Dus God wil geven, en delen. En doen stralen, en doen leven.
Heersen is zegenen
En dan maakt God de mens.
En dan zegt Hij tegen de mens: Heers over de vissen, en over de vogels, en over de dieren.
En met dat heersen bedoelt God: Treedt krachtig op, zo… dat dat kan allemaal gebeuren kan.
Dat de vogels de ruimte krijgen, en dat de vissen de ruimte krijgen, en dat de dieren de ruimte krijgen.
Iedere plant en ieder dier zijn eigen plaats, waar het kan leven, en bloeien, waardoor ervan genoten kan worden in harmonie en vrede, in volle pracht en schoonheid. Goed en waar.
Dus God wil zelf zo dat de mensen heersen, dat die zegen die God wil geven tevoorschijn gaat komen. Want dat is zegen. Zegen betekent dat dingen gaan bloeien en gaan groeien en glorieus worden. Luister ontplooien. Schoonheid laten zien. Goedheid vertonen. Dat wil God graag.
En Hij kiest daarvoor de mens, om in nauwe verbondenheid met Hem, dat tevoorschijn te roepen.
En als God dan gesproken heeft en het is tevoorschijn gekomen, dan staat er iedere keer: En God zag dat het goed was. En de laatste keer: God zag dat het zeer goed was.
Dus God kijkt ernaar … kijkt ernaar, proeft er dus aan, kijkt goed, en …
Oh, het is goed. Het is mooi. Het is prachtig. Hij geniet ervan.
Zijn hart raakt vol vrede, vreugde en rust.
En dan is het sabbat.
Je proeft gewoon in God een levenslust, een levensvreugde. Een blijdschap, een overvloed.
Een willen delen en tevoorschijn willen roepen van een gigantische rijkdom, die mooi en schoon en goed is. Heel de natuur, heel de schepping, al die miljarden mensen.
Ze getuigen van Gods vreugde, en van Gods uitbundige liefde en overvloedige goedheid.
Uitbundige bloemen, scherende zwaluwen
Dat is voor ons ook heel nabij dus. De liefde van God en de vreugde van God is voor ons dus ook heel dichtbij. Als je nou naar huis gaat … ja, dat is nou jammer, de gemeente heeft de cyclomaaier erover gehaald … al maandenlang staan de bermen hier langs deze weg vol. Overvloedig vol, met bloemen. Gele bloemen, roze bloemen, wonderlijk blauwe bloemen, rode bloemen – klaprozen.
En de een na de ander komt op. Witte bloemen. Prachtig. Dat is gewoon de volheid van God.
En bijvoorbeeld, als we allemaal om het huis in de tuin zitten. Als u geluk hebt zwermen er gierzwaluwen om het huis. Moet u eens kijken hoe ze vliegen. Gigantische snelheden, en zo wendbaar. Woep, woep, woep. En dan even remmen, hup vliegje pakken, en dan gaan ze weer. Ze scheren als schermesjes door het ruim …
Kijk er eens naar. Dat is zo mooi om te zien. Proef daarin gewoon de vreugde van God die dit gemaakt heeft. Vorige week zag ik dat bij een kolk achter bij ons huis. Twintig van die gierzwaluwen, hup door de lucht. En daarachter op de achtergrond een vliegtuig, door de mens gemaakt, hhhheeeeuuuuuwwww, rechtdoor. Dat is hetzelfde als die cyclomaaier, hhhheeeeuuuuuwwww. Wij houden van een gladde berm. Dat is wel beeldend hè?!
Al die mensen hier, gewoon de mensen waar u naast zit. Ieder door God geschapen, in het leven geroepen, als een bewust uniek individu. Zijn eigen levensverhaal, zijn eigen levensweg. In het leven geroepen om er te zijn, uiteindelijk in volle glorie.
Dus geef elkaar een hand, groet elkaar. En kijk maar ze gaan glimogen. Of dat hoopje friemelend mens hier vooraan, Janoah, gemaakt door God.
En zoals God begonnen is met die rijkdom en dat vreugdevolle, zo is dat ook.
God speelt
Weet u dat God speelt met de dieren?
Psalm 104, ergens aan het eind, daar staat, dat God de Leviathan, het zeemonster, vroeger dacht men, het zeemonster, een soort … ja misschien een soort dinosaurus of zo, of een grote zeeslang.
Die heeft God gemaakt om mee te spelen, staat er.
Dus God die roept die Leviathan. Kom jongen! Knal eens door het water heen. En daar gaat ie … zzwooeewooeeeh … grote golf. Aah, kom op man, dat kan beter … ZZWOOEEWOOEEEH
Of bijvoorbeeld tegen een bultrug. Kom op, spring dat water uit. Hop. Kom op man, hoger.
Tegen de dolfijn, op je staart, hiieee hiiee hiee hieeew, naar achteren. Nog een keer man.
God speelt met de dieren.
Hij is heel dichtbij
En in dezelfde psalm staat dat God voordurend kijkt naar zijn schepping. Hij kijkt naar zijn schepping. Op het moment dat God niet meer zou kijken, zou de schepping in een schrompelen. Stel je dat eens voor.
God is eigenlijk voordurend aanwezig in heel deze wereld, bij al die planten en die dieren. Bij ieder van ons. En Hij ziet ons, omringt ons met zorg. Heeft vreugde in de dingen, heeft vreugde in mensen. En is betrokken bij ons.
En wij hebben iets van eehh … dat God heel ver weg is. God heel ver weg.
Voorbij het randje van de kosmos. Dus waar de planeten en zo ophouden, daar zou dan de hemel beginnen. In de Bijbel is God heel dichtbij. De hemel is eigenlijk heel dichtbij. Om ons heen.
God is nabij. De hemel is eigenlijk de plek waarin God aanwezig is, in deze wereld. En waar vanuit Hij alle dingen bestuurd. Dus God is heel dichtbij.
Dat proef je bijvoorbeeld in Psalm 139, dat God ons geweefd heeft in de schoot van onze moeder. Dus de betrokkenheid en de zorg van God is zo dichtbij. Dus dan ook voor ons heel dichtbij om te ervaren.
De warme zon
Anselmus Grün, die Duitse monnik, die schreef in een boek die ik van hem gelezen heb. Als ik de liefde van God wil ervaren, ga ik in de zon zitten. Al die warmte van de zon, op mijn huid, is de liefde van God, op mijn lichaam. Die trekt mijn lichaam in.
Hij zegt, ik bid iedere dag het Onze Vader, met gekruisde armen op mijn borst. En dan voel ik de warmte van die armen, voel ik op mijn borst. Liefde van God, de kruisdood van Zijn Zoon.
In warmte op mijn lijf. Heel tastbaar.
Kijk naar de mensen om je heen, iemand die je groet, iemand die een arm over je heen legt, is de tastbaarheid van Gods liefde. En als Jezus tegen zijn discipelen zegt van: Ik wil jullie mijn vreugde delen, betekent dat eigenlijk dat Jezus God zo kent in Zijn leven.
Jezus ziet God erbij
Met alles wat er gebeurd kent Jezus God zo in dat leven.
Kunnen we opmaken uit wat Hij zegt. Hij zegt: Kijk naar de vogels. Jezus heeft in de vogels de liefde en de zorg van God gezien. Ze doen niks en toch hebben ze te eten. Kijk hoe ze vliegen. Dus Jezus zag vogels en zag God erbij.
Kijk naar de bloemen. Kijk eens hoe mooi, joh. Aangekleed door God. Morgen komt de cyclomaaier. Aangekleed door God. Dus Hij zag bloemen en Hij zag God; direct erbij.
En Hij zag de zon opgaan, en Hij zag God. Hij zegt: Je moet echt van alle mensen houden, want dat doet God ook, zelfs van je vijanden. Want God laat de zon opgaan, dus de zon gaat op, en Jezus ziet God. En voor wie laat God de zon opgaan? Voor goede mensen en voor kwade mensen.
En Jezus ziet de regen vallen, en Hij ziet de liefde van God.
En Jezus ziet kinderen en weerloze mensen, en die zegt: “Wee je gebeente als jij het lef hebt om zulke mensen bij de Heere God weg te trekken.”
In alle dingen …
Dus Jezus loopt in een wereld waarin God heel dichtbij is. En Jezus loopt dan ook heel dicht bij God. Hij loopt dus als het ware alsmaar met God mee. En bij alles wat Hij doet is Hij gericht op God, en wil Hij doen, wat God graag wil dat Hij doen zal.
Jezus zegt: Ik doe niks, wat Ik niet de Vader heb zien doen, zegt Jezus.
De meubelwerkplaats
Dan moet je denken aan een werkplaats, zoals je vroeger dingen leerde. Dus dan was je bij een meubelmaker, en dan werd je eerst leerjongetje. Dus dan moest je eens kijken hoe die meubelmaker het deed.
Of de schillen aanvegen en dan zei die “Nou, ik wil dat jij nu eens een keertje stoelpoten gaat indraaien of zo.” Dus die meubelmaker: “Dat moet je zo doen, die stoelpoot moet je zo indraaien. Nou, dat mag je doen. Zo indraaien. En ik wil nu een keertje dat je die rondingen om die tafel gaat maken. Dat moet je zo doen. De meubelmaker doet het voor, dan mag je het proberen na te doen.
Zo zegt Jezus, zo leef Ik.
Ik loop door de wereld en Ik kijk naar God, wat Ik doen moet. God is zo ontzettend dichtbij. Hij leeft in de liefde van God. Hij blijft in de liefde van God. En dan zegt Hij tegen Zijn discipelen, en dat maakt me zo vreugdevol. En dan zegt Hij tegen Zijn discipelen, en dat wil Ik graag met jullie delen.
Dat wil Ik graag met jullie delen. Dat jullie leven d’r vol is. Dus blijf nou in mijn liefde, loop met Mij mee, en loop met Mij met God mee. Doe alles wat Ik je geleerd heb. Heb elkaar lief. En je zult merken dat je hart vol wordt van vreugde.
Dat is wat Jezus Zijn discipelen voorhoudt.
Brandende ja, maar…
Nu zou bij sommigen de vraag op de lippen branden: Ja, maar …
Ja, maar … Ja, maar … Er gebeurt zo vreselijk veel.
Ik ga d’r niet lang op in. Twee dingen.
God is intens betrokken
Eerste opmerking is dat God intens betrokken blijft op alle dingen in de wereld.
En dat er van God voortdurend een genadige goede stroom van zorg en betrokkenheid op alle dingen in de wereld uit blijft gaan.
Er zijn machten en mensen die mee brokkelen in de melk in de wereld.
Die hebben de ruimte gekregen van God.
Daar komt het Ja maar en Ja maar vandaan. Dat is één.
Onrecht raakt Jezus
En de tweede opmerking is:
Als er iemand is geweest, denk ik, die in zijn leven op aarde als mens door onrecht geraakt is geworden en door verdriet geraakt is geworden, dan lijkt mij dat de Heere Jezus.
Hij was zuiver. Hij was zuiver.
En blijkbaar is de Heere Jezus in staat geweest, en tegelijkertijd geraakt te worden door onrecht en verdriet, en tegelijkertijd in de liefde van God, de vreugde en de blijdschap van God, heel dicht bij God te leven.
En blijkbaar wil Hij dat dan ook met Zijn discipelen delen.
En dan zullen er perioden in het leven zijn waarin het verdriet zo sterk is dat het overheerst.
Maar blijkbaar kan de Heere Jezus dat tegelijk en wil Hij dat met ons delen.
Het is ook op een bepaalde manier zo dat ons hart daarvoor geopend moet worden.
Dus wij zien een vogel en denken “O, dat is een vogel” en we gaan weer achter de computer zitten.
Of we gaan ervan een foto maken. En die zetten we op de computer en dan gaan we achter de computer zitten om die mooie bloem te bekijken. Dat doe ik. Leuk.
Blijkbaar …
Wij zien een vogel en wij zien direct God daar niet bij.
We zien medemensen en we raken geërgerd.
Hoe kan het dat Jezus God er steeds bij ziet?
De liefde en de intense betrokkenheid van God en de zorg van God en de vreugde van God ziet in de dingen.
Daar moeten de oren en de ogen van je hart voor geopend zijn.
Biddend lied
Vader, laat dan mijn hart U toebehoren.
Laat mij door de wereld gaan,
Met open ogen, open oren
Om al Uw tekens te verstaan.
Dan is het aardse leven goed,
Omdat de hemel mij begroet.
- Gezang 479 uit Liedboek voor de Kerken, couplet 4 -
Schriftlezingen
Genesis 1:14-2:3
Johannes 15:9-17
Luisterlink
Datum: 28 juni 2009
Begintijd: 09:42u
Toespraak start op: 77:55
|